Het verborgen overlevingsmechanisme.
Er is iets wat jou weghoudt bij jezelf. Niet iets wat je ziet — iets wat je voelt. Soms al jaren.
Het zit in het inhouden van je stem.
In je oppervlakkige adem.
In hoe je kleiner wordt als je teveel ruimte inneemt.
In het onzichtbaar zijn, zodat de ander zich goed voelt.
Dit is geen zwakte. Het is een overlevingsstrategie. Iets wat ooit ontstond als reactie op stress, en langzaam een patroon werd. We kennen de bekende drie. Maar er is een vierde, die veel minder herkend wordt.
Bij de Fawn-reactie probeert iemand (dreigende) stress at te wenden door de ander tevreden te stellen. Door Pleasen, aan te passen en te sussen. Automatisch. Onbewust. Volledig ten koste van jezelf. Voordat we hier verder op in gaan, kijken we naar welke strategiën er zijn.
De vier overlevingsmechanismen
- Fight (vechten): aanvallen & domineren
- Flight (vluchten): weglopen & vermijden
- Freeze (bevriezen): dissociëren & verstarren
- Fawn (pleasen): aanpassen & sussen
Herken je dit?
– Ja zeggen terwijl je nee voelt
– Je vermijd conflicten door jezelf kleiner te maken of opzij te zetten
– Je slikt je woorden in uit angst voor de reactie van de ander
– Je voelt je verantwoordelijk voor de emoties & gevoelens van de ander
– Je geeft iemand die jou (mogelijk) bedreigt of kwetst, een goed gevoel
Hoe het is ontstaan
Fawn ontstaat vrijwel altijd in de vroege kindertijd. Een kind dat leert: als ik mezelf wegcijfer, ben ik veilig. Het is de slimste strategie die een kind kon bedenken in een onveilige of onvoorspelbare omgeving.
Wat ooit beschermde, heeft zich door de jaren heen zo verfijnd dat het nu ook ingeschakeld wordt in situaties die objectief niet gevaarlijk zijn. Je zenuwstelsel kent dit patroon — maar jij hoeft er niet langer in gevangen te zitten.
Er is niets mis met je. Het hoeft niet gefixt te worden. Het wil ontmoet worden.
De valkuil
Het gevaar van fawn is dat het zich vermomt als sociaal wenselijk gedrag: aardig zijn, meegaand zijn, empathisch zijn. Maar er is een cruciaal verschil — echte vriendelijkheid komt uit vrije keuze. Fawn komt uit angst.
Op de lange termijn leidt het tot verlies van identiteit, chronische uitputting, wrok, moeite met grenzen stellen — en de vraag die diep van binnen sluimert: Wie ben ik eigenlijk zelf?
De eerste stap
Herkenning is de eerste stap naar verandering. Pas als je ziet hoe dit patroon door je leven en relaties verweven is, kun je er werkelijk mee aan de slag. Wat ooit in je kinderjaren nodig was, hoeft nu niet meer je enige optie te zijn.
Het kalmeren van het zenuwstelsel speelt hierin een belangrijke rol. Adem, voelen en aanraking zijn krachtige, natuurlijke tools — en het begint allemaal met aanwezig zijn bij jezelf.
Terug naar de delen van jezelf die je bent kwijtgeraakt in het aanpassen. Niet om iets te fixen — maar om het te ontmoeten.
Vanuit zachtheid en veiligheid. Zodat je aanwezig kunt blijven. Pas dan kan het zenuwstelsel ontspannen en jij je eigen stevigheid weer voelen.
Ik ben bijna zestig. En pas de laatste jaren begin ik op een diepere laag te begrijpen wat het betekent om er te zijn zonder te dragen.
Het systeem
Ik ben opgegroeid bij ouders die er waren, maar niet beschikbaar. Fysiek aanwezig, emotioneel afwezig. Jong, onzeker, met hun eigen onverwerkte pijn. Als kind voelde ik dat feilloos aan — en ik paste me aan. Ik ging dragen. Zorgen dat ik niet tot last was. Niet omdat iemand het vroeg, maar omdat het de enige manier was om verbinding te voelen.
Dat werd mijn overlevingsstrategie. En later, zonder dat ik het doorhad, mijn identiteit.
Het loslaten
Ergens onderweg ben ik gaan inzien wat er gebeurd was. Eerst boos en opstandig. Pas veel later, na erkenning en innerlijk werk, met meer compassie. Voor hen. Voor mezelf. Voor het kind dat geen keus had.
Maar inzicht alleen verandert een systeem niet. Want het systeem verwacht nog steeds dezelfde rol van mij. En de mensen daarin ook. Er wordt nog steeds beroep op gedaan.
Het verschil is: ik leer om er niet meer in mee te gaan en in mijn eigen ruimte te blijven. Niet omdat ik het niet meer voel. Maar omdat ik het herken en steeds vaker anders kan kiezen.
De plek zonder naam
Dit is geen verhaal over een breuk. Ik heb het contact niet verbroken. Ik ben er nog. Langzaam ontstaat een andere weg.
Het onbegrip dat dat oproept, is van hen. Dat mag. Ik hoef me niet te verdedigen, er niets mee te doen. Mijn oefening is mijn eigen ruimte behouden, zonder te reageren op oordelen en conditioneringen. Die van mezelf en van anderen.
Dit is geen verhaal met een afgerond einde — het is er nog steeds één in wording. Elke keer dat ik aanwezig ben zonder te verdwijnen, schrijf ik er een stukje van.
Het kind had geen keus. Ik nu wel.
Liefdevolle groet,
Bea
